Jimmy Lafave (De Boerderij – Zoetermeer 8-10-2014)

BleuszineJimmyLaFaveRonvanVarik20
Het is bijna een gewoonte. Want de laatste jaren onderbreken singer songwriter Jimmy Lafave en zijn bandleden hun vaste rondjes langs diverse podia in Texas en daarbuiten steevast voor een korte tournee door Nederland en Groot-Brittannië. Het Nederlandse gedeelte van de Europese toer van dit jaar beslaat zes optredens, onder meer in de Boerderij in Zoetermeer.

Vaste rondjes en een vast jaarlijks uitstapje. Dat klinkt als een routinematig rondje om de kerk. Maar die valkuil is bij Jimmy Lafave ongegrond. Want kwaliteit gaat lang mee. Alhoewel…. Maar daarover later meer. Lafave is niet de aangewezen persoon waar het gaat om verandering en dynamiek. Noch op het podium noch daarbuiten. Toch is de samenstelling van de band ook deze tournee anders dan die van vorig jaar. Dit keer met drummer Bobby Kallus en bassist Glenn Schuetz als constante factor en de door de wol geverfde grootmeesters gitarist John Inmon en Radoslav Lorković op piano en accordeon. De Texaan borduurt al jaren op hetzelfde recept: prachtige luisterliedjes, Bob Dylan covers, subtiel gitaarwerk, bescheiden imago, kwaliteit voor kwantiteit.

Lastig voor recensenten maar een recept dat nooit verveelt en altijd smaakt. Integendeel, het aantal (Nederlandse) fans lijkt met het jaar te groeien. Maar het is ook een imago met een valkuil. Want voor wie Jimmy Lafave (59) al wat langer volgt, is de setlist al jaren bijna geen verrassing meer. En dat wringt, althans bij mij en dus wellicht ook bij jou.’ Is het tijd voor een andere menukaart?, vraag ik mij in de half gevulde Boerderij  zachtjes met een zekere schaamte. Want ik begeef mij in een sterrenrestaurant. Met decibellen zoals het hoort, manieren zoals het hoort, aardige obers. een uitstekend voorgerecht met Charley Cruz & Te Lost Souls en de zoete smaak van ‘Only one angel’ en‘Key to the higway’ in mijn oren. Het is dat Lafave, zijn fans en zijn band nu eenmaal geen kwaad kunnen doen. Maar ik laat mij de volgende keer graag verrassen.


Foto’s (c) Ron van Varik