Ralph de Jongh: “Als ze van andere muziek houden is dat ook prima.”

“Wil je een bonbonnetje?”, Ralph (39) kijkt me vriendelijk aan. Zijn glimlach loopt van oor tot oor. “Euh ja, lekker hoor”. Ralph zet een kop koffie voor me neer en presenteert me een goudkleurig kartonnen doosje met daarin twee bonbonnetjes. Ik neem er eentje. Hij gaat op zijn knieën op de bank zitten en hij is er klaar voor. “Kom maar op met die vragen”. Ik vertel hem dat ik niet het type ben dat een lijstje met vragen af komt werken. “We gaan gewoon gezellig kletsen en daar schrijf ik dan een verhaaltje over”. Ralph begint te glunderen. “OK, dat klinkt interessant”. We praten over Ralph, over zijn nieuwe album ‘Sun coming up’ en zijn talenten.

Ralph de JonghZijn kleine kamer in Austerlitz is knus en doet me denken aan een studentenkamer. Toch heeft Ralph er alles wat hij nodig heeft. Een keukentje, een badkamer en een bed om op te slapen. In de hoek staat een stapel gitaarkoffers. Het is me snel duidelijk dat Ralph ook niet meer nodig hééft. Zijn muur is behangen met zijn eigen kunstwerken. Mooie kunstwerken. Ik heb weinig verstand van kunst, maar ik mag hier graag naar kijken. “Dat is ook precies wat ik er mee wil bereiken”, zegt Ralph en zo is het ook met zijn muziek. “Ik maak liedjes en daar treed ik mee op. Ik hoop dat mensen dat leuk vinden en als ze van andere muziek houden is dat ook prima”. Ralph weet wat hij wil en laat zich door niemand leiden in de weg die hij voor ogen heeft. Zeker niet als het om zijn muziek gaat. Dat is ook de voornaamste reden dat hij naast het schrijven en optreden ook zijn eigen management verzorgt. “Ik laat me niet vertellen wat ik aan moet trekken of waar ik wel en niet mag spelen. Na 25 jaar weet ik inmiddels wel wat bij me past en mijn publiek weet dat ook en daarom komen ze naar me luisteren.”

Ralph vertelt me over zijn pubertijd en welke rol muziek daar in speelde. “Ik werd voor het eerst écht verliefd, verloor mijn meissie en toen kocht ik een gitaar”. De eerste avond dat hij het ding in zijn handen had wist hij het bekende lickje van ‘Satisfaction’ er al uit te persen. Nou is dat niet direct een indicatie dat je een enorm talent bent, want vrijwel iedereen krijgt dat met een avond oefenen voor elkaar. Maar Ralph was een talent, hij kreeg les en een jaar later stond hij voor het eerst, ergens in Leiden op het podium en speelde ‘Sister Morphine’ van The Stones. Het publiek vond het geweldig en Ralph ook. Het was voor hem duidelijk dat hij in de wieg was gelegd om muziek te maken. Het was zijn roeping. Hij wilde muziek maken en dat deed hij een aantal jaren. Met vallen en opstaan, met baantjes tussendoor om het leven te kunnen betalen. Toch kreeg hij het in die tijd niet voor elkaar om zich volledig te kunnen focussen op zijn muziek. “Op mijn 21e wilde ik met pensioen. Ik voelde me waardeloos. Ik wilde muzikant worden en ik had daarin gefaald. Ik kon niet leven van mijn muziek.”.

Ralph besluit te gaan studeren. Een studie filosofie en een aantal jaren later studeert hij af met een specialisatie op het gebied van antieke Chinese filosofie in de pocket. Niet de minste studie, maar het bracht hem geen werk. Na zijn studietijd heeft Ralph zich volledig in de muziek gestort. “Muziek was voor mij geen hobby, het was nooit vrijblijvend. Ik wilde muzikant worden en die behoefte was er nog steeds”. Hij ontmoet Harry Muskee (van de band Cuby and te Blizzards) en deze neemt Ralph mee in het voorprogramma van de theatertour van C+B. Twee jaar lang kan hij met deze band mee op pad en ervaring opdoen. Hij ontwikkelt een eigen sound en een eigen publiek.

Ralph begint te schrijven en op te nemen. In eerste instantie op cassettebandjes. “Het werd dan een soort best-of, en ik had na een paar dagen werken zo’n bandje aan twee kanten volgespeeld”. De stapels bandjes liggen vast nog ergens bij zijn ouders thuis. Het proces van schrijven, opnemen en uitbrengen is sindsdien weinig veranderd. “Nu zet ik mijn mobieltje aan en neem ik wat dingen op, dat is de basis. Je moet er dan ook niet meer teveel aan willen veranderen. Een song is voor mij een soort embryo dat ontstaat uit de samensmelting van een aantal elementen die op dat moment precies goed zijn. Dat embryo kan zich vervolgens ontwikkelen en verder groeien. Dan moet je er niet ineens een andere arm aan willen zetten, dat doe je bij een kind ook niet”. Ralph vertelt gepassioneerd over zijn muziek en zijn liedjes. Ik luister en laat me inspireren door zijn verhalen.

Het is deze passie die ook op zijn nieuwe album ‘Sun coming up’ is te horen. De eerste track ‘Turn me on’ swingt de pan uit en is duidelijk geïnspireerd door The Rolling Stones. De track schept bij mij direct hoge verwachtingen voor de rest van het album en Ralph heeft het samen met zijn band voor elkaar gekregen om me behoorlijke tijd te blijven boeien. De ballads op het album raken mij wat minder. Niet omdat het geen goede liedjes zijn, maar omdat ballads niet zo aan mij zijn besteed. Ik luister vooral muziek tijdens het hardlopen en die ballads halen mijn tempo nogal omlaag. Ik zal eerlijk bekennen dat ik een paar keer heb doorgespoeld. Vooral het twaalf minuten durende ‘Harry’ werd me op de CD wat teveel van het goede. Bij een live-optreden kunnen jullie me waarschijnlijk wegdragen na dit nummer want dán vind ik het waarschijnlijk wel te gek. Tja, zo zie je maar dat het lastig is om beleving in zo’n plat schijfje te krijgen. Overigens krijgt geen enkele band dat bij mij voor elkaar. Ik durf dat ook te zeggen, want nu ik Ralph heb leren kennen weet ik dat hij dat prima vindt. Er zijn vast een heleboel mensen die de ballads juist wél te gek vinden. Ik ben meer van het type “gas erop en spelen”. Dat doet Ralph onder andere met de tracks ‘Easy Day’, ‘Burning’, ‘Last Goodbye’ en I’t’s alright’ (dat mij erg doet denken aan ‘Jumpin Jack flash’ van The Rolling Stones). Voor mij de toppers die ik graag luister. Het type track waar ik te hard door zou kunnen gaan rijden. Mijn vrouw zegt dat ik altijd rij als een oud wijf, misschien moet ik dit album onderweg eens wat vaker gaan luisteren. Ze zal het toejuichen. Evenals de lange staart bumperklevers achter me. Wetende dat Ralph zijn liedjes vaak binnen een paar minuten schrijft (muziek en tekst) maakt dit album wel een bijzondere indruk op me. De sound van het album is fijn en de productie is meer dan prima.

Al met al een album dat nog wel even op mijn hardloop-ipodje blijft staan en in mijn geval is dat een ereplaats. Ralph heeft die plaats ruimschoots verdiend. ‘Sun coming up’ is een album dat iedere liefhebber van rauwe, ongepolijste blues in zijn collectie moet hebben. Ik ken nog wel wat Stones-liefhebbers die ik het misschien wel cadeau ga doen, want ik weet zeker dat zij het kunnen waarderen.

Ralph de Jongh presenteert zijn album ‘Sun coming up’ op 19 maart in de North Sea Jazz Club in Amsterdam en 21 maart in VANSLAG in Borger.