My baby in een uitverkocht ‘Tivoli/de Helling’.

Nieuwsgierig naar deze door verschillende mensen bejubelde band gaan we op pad naar een uitverkocht Tivoli de Helling om een optreden van dit Amsterdams- / Nieuw-Zeelandse trio mee te maken. Benieuwd hoe trance, funk en blues zullen worden samengebracht door broer en zus Cato en Joost van Dijck en de Daniel ‘Dafreez’ Johnston.

De opening begint in het ‘bijna- donker’ met een mannelijke spreekstem en het geluid van een groot snaarinstrument dat lijkt op een plank met een snaar. Langzaamaan zetten de drums een voodoocadans in en komt uit het donker de zangeres naar voren, op blote voeten, met belletjes om enkels en armen. Ze maakt dramatische dansbewegingen met haar armen terwijl haar haar het gezicht grotendeels verbergt. Met een bezwerende stem zingt ze het publiek toe in een traag, bezwerend ritme. Een flinke verzameling op de grond liggende pedalen bij haar voeten wordt grif ingezet, onder andere voor een de echo op haar stem. Ze speelt voornamelijk de baspartij en de ritmes op haar gitaar, wederom met veel effecten. Ook zal Daniel veelvuldig op zijn hurken te zien zijn om andere instellingen en effecten te bewerkstelligen. Het publiek, dat qua leeftijd erg gevarieerd is wordt meteen gevangen. Ook tijdens het 2e nummer wordt deze cadans doorgezet en gaat in dezelfde sfeer verder. Dit lijkt hetgeen te zijn waar het publiek voor komt. De temperatuur begint te stijgen en langzaam aan komen de eerste mensen in het publiek in beweging.

Hierna volgt ‘Mad Moutain Thyme’, een energiek boogienummer met constante bluesy slidegitaar, van hun eerste album. Cato laat hier met de anderen vocaal horen wat ze kan, het tempo wordt opgevoerd en het publiek reageert met een dankbaar en enthousiast applaus als het wordt beëindigd met een indrukwekkende uithaal van Cato. Indrukwekkend, maar mijn nieuwsgierigheid hoe ze klinkt zonder effecten wordt vanavond helaas niet beantwoord. Er volgt een ballad. Soms hoor ik een zanggeluid wat me erg aan Jony Mitchell doet denken en ik zou dat erg graag puur horen. Dromerig, Oriëntaals en helder met golvende uithalen die schijnbaar moeiteloos uit de keel van de in zichzelf gekeerde dansende zangeres komen: ‘if I’ll be good, if I’ll behave, from the light to the Grave’…
Over de avond raakt het publiek steeds verder in extase door de pulserende ritmes die veelal blijven hangen in 1,2,3,4-monkeybeats.  Er gaat regelmatig een ‘wave’ door het publiek en op het einde staat niemand meer stil. Men lijkt erg gelukkig met deze avond en als de toegift, met een aantal songs van Sly & the Famlly Stone-songs, weg-ebt gaat ieder tevreden naar huis.

Blues? Buiten het gitaarspel van Daniel Johnston moet je nee constateren.
Het is wél een band is die het publiek een goed geslaagde avond heeft bezorg en een goed bedachte sound en sfeer creëert. Goed voor een ‘terug in de tijd gevoel’ voor de wat oudere clubbezoeker en een ‘lekker los’ uitnodiging voor de jongere bezoeker.
foto’s (c) Tom Moerenhout