Brews ‘N’ Blues: Blues Is Of The Devil

Locatie: Sint-Eusebiuskerk in Arnhem Datum: vrijdag 20 november 2015.

Wat doe je als je het aanbod krijgt om een Bluesevenement te organiseren op een unieke locatie? Snel toehappen en vervolgens nadenken over een concept, waar je dit aan kan ophangen. Je linkt de Blues aan Gospel en bedenkt een verhaal dat als rode draad dient om het muzikale gebeuren vorm te geven. Op zich een heel goed idee. Wat dat betreft hoedje af voor Esther Menke en Robbert Fossen, die een heel mooi programma hebben weten neer te zetten. Dat het door het afzeggen van wat artiesten en andere onvoorziene omstandigheden het allemaal ‘net niet’ was wat het had kunnen wezen, doet hier verder niets aan af.

De ontvangst is zeer gastvrij en de diverse persmensen kregen een plaats toegewezen op de eerste rij, zodat er daar vandaan goed gefotografeerd kan worden zonder dat het publiek daar verder hinder van heeft. De catering is ook dik in orde en overal wordt je vlot en vriendelijk bediend en te woord gestaan.

Om half acht begon het eerste gedeelte met een inleiding op het videoscherm achter het podium. Marc Stakenburg is de man, die vanaf de kansel de bezoekers het verhaal vertelt van Leon, die opgroeide bij zijn gelovige moeder en later in Memphis in aanraking komt met de blues, de muziek van de duivel.

De muziek is tijdens dit eerste gedeelte over het algemeen ingetogen met centrale zanger/gitarist Robbert Fossen. Ook de Amerikaanse Lola Gulley zorgde voor fraaie bijdragen. Er verscheen een select gezelschap muzikanten op het podium, waarbij vooral Pascal Lanslots achter de Hammond de bindende factor is. Ook de 15-jarige Dave Warmerdam maakte veel indruk met zijn pianospel.

Na anderhalf uur is het eerste gedeelte van de voorstelling voorbij. De stoelen worden weggehaald en tijdens deze pauze werden we vermaakt door het duo Richard van Bergen (gitaar/zang) en Gait Klein Kromhof (harmonica) die in alle pauzes voor de muzikale hoogtepunten van de avond zorgden. Lead Belly staat momenteel weer volop in de belangstelling en Gait en Richard brachten onder meer een heerlijke vertolking van diens “Good Night Irene” die door velen werd meegezongen.

Na de pauze was het de beurt aan Big Daddy Wilson. Hij heeft drie Italiaanse begeleiders meegebracht een zet een mooie, ingetogen set neer. Daarna was het de beurt aan de Amerikaanse zangeres/pianiste/entertainer Lola Gulley, die voor de nodige power zorgde. Het repertoire was behoorlijk geschoeid op populaire nummers. Haar “Nutbush City Limits” en “Kiss” pastte niet echt in de sfeer van de avond, maar haar versie van “I’d Rather Drink Muddy Water” en “Ain’t Nobody’s Business If I Do” maakten dan weer wat goed.

Dan volgde het laatste deel van het door Marc Stakenburg voorgelezen verhaal. Het eindigde een beetje vreemd,  hij vertelde dat Leon in de zwarte wijk van Chicago eindelijk zijn bestemming had gevonden, verlost van de blanken, met zijn geliefde muziek om zich heen. En dan beginnen er  ineens vier blanke mannen op het podium muziek te maken….. Hier had toch op zijn minst Archie Lee Hooker de aftrap moeten geven.

Toch kregen we wel prima vertolkingen te horen van  “How Many More Years” en “Long Distance Call” door Ian Siegal. Archie Lee Hooker voegt zich daarna bij het gezelschap en vermaakt het publiek aardig met onder andere het onvermijdelijke “Boom Boom” van zijn neef John Lee maar de set  leunde wel behoorlijk op het improvisatievermogen van de muzikanten, lees vrijblijvendheid.

Robbert Fossen besloot met een uitgebreide band het programma af, met toetsenisten en twee achtergrondzangeressen. Met ondermeer Robbert Tuinhof op sax en Lola Gulley achter de microfoon kregen we nog een ‘grande finale’. Met een mooie versie van “Will The Circle Be Unbroken” kwam er dan tegen één uur ’s nacht een eind aan het gebeuren.

Hoewel de ambitieuze opzet toegejuicht kan worden en zeker voor herhaling vatbaar is, zijn er toch wel wat kanttekeningen te plaatsen. Ten eerste was het geluid van vooral de zang en de spreker verre van optimaal. Vlak bij het podium was het verhaal, zo ook de muziek goed te volgen, maar verder naar achteren was het door de galm en echo niet of nauwelijks te verstaan en ontaardde alles in een brij.  Ook de temperatuur in de kerk speelde de bezoekers parten. Zelf met winterjas aan was het niet echt aangenaam.  De arme Big Bo deed  vanaf zeven uur zijn optreden in een koude gang bij de ingang van de kerk bij de kassa voor de binnenkomende bezoekers, hij verdiende beter.

De regie op het podium was vooral bij het eerste gedeelte rommelig en wellicht had een regisseur hier wat orde kunnen scheppen.  Het had soms ook wel zijn charme en toverde regelmatig een glimlach op de gezichten van de bezoekers, als er weer wat muzikanten te vroeg of te laat het podium opkwamen en er soms een stoel of snoertje ontbrak.

Op zich is het concept zeker voor herhaling vatbaar, maar naar de mening van velen zou het dan wel plaats moeten vinden in een theaterachtige omgeving met een betere akoestiek en een aangenamere temperatuur. De gemiddelde Blues-concertbezoeker is tenslotte ook al een dagje ouder.

foto’s ( c) Tom Moerenhout

Deel dit artikel met je vrienden!: